De zaden houden menigvuldig
broos leven in besloten graf.
Wie spreekt de bloeme vrij of schuldig,
wier ziel haar viel in dorheid af?
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 21 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
V. Lentemorgen.
Een morgenstraal verguldt mijn vensterruit,
omlijst door geiteblad en rozeranken.
De acacia, wiens geurge trossen blanken,
strekt bloeiende armen naar den hemel uit.
[Het wordt stil in den tuin, als mijn guitaar]
Het wordt stil in den tuin, als mijn guitaar
De melodie lacht van haar zoeten naam,
En zingend heft zich mijn extase, waar
Zij zich tusschen de bloemen neigt voor 't raam.
[Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten]
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, -
Bloei
O, vrouw,
bloeit schaduw waaierbloem en firmament,
dat sterren schrijden in den gang mijns bloeds
en nacht de weerklank van den roep der handen
Najaar
Weekblauwe lichtgefloersde dag
Schijnt door het kleurig herfstloof in.
Groote matgouden zonnespin
Weeft vochten hof in glinstrend rag.
[Nu zàl er stilte zijn, mijn leven lang]
Nu zàl er stilte zijn, mijn leven lang;
De tijd zal, voorzichtig, zijn vlucht vertragen,
Dat niet zijn ijlste suizen mocht verjagen,
Wat dwaas ik koos boven haar sprookjeszang:
[Gij zijt de goede vrouw ten drempel mijner dood]
Gij zijt de goede vrouw ten drempel mijner dood, -
gij die me uw oogen als een zomer-nacht ontsloot
vol wondre lichten en vol rust'ge duisterheden;
gij die me uw leden als de rijkste herfsten bracht,
V Eerste Aanblik
En, peinzend, zie 'k uw zee-blauwe oogen pralen,
Waarin de deernis kwijnt, de liefde droomt, -
En weet niet, wat mij door mijn adren stroomt:
Ik zie naar u, en kan niet ademhalen:
Over de vreugde van mijn eigenlijk wezen, om hare verwantschap aan gelijken en grooteren.
Liefste van dingen zijn de binnen-eigen
die zoolang 't bevriendelooze leden
dat zij de monden pijnlijk toededen
verrukt te voele' opleve' in nieuw niet zwijgen.
Lied van verwachting
De nacht hangt als een stukke lei
om onze hoofden wijl wij staren,
maar niet het fijnste streepje krijt
is zoveel turen komen storen.
Sonnet voor Cynara V
Minnaars van dezen nacht, gedenk in dezen nacht
wie slaaploos ligt alleen en ziet de sterren dooven,
waarmee de winterhemel sneeuwwit lag bestoven -
gedenk wie uur na uur de liefste heeft verwacht.
Moed.
Geef mij den moed om onrecht te onderkennen,
Ook waar 't door eeuwen van gebruik gewettigd wordt,
Den vasten wil aan onrecht nooit te wennen,
Ook waar de macht, het weg te nemen, schort.
[Het leven is een' krijgsbanier]
Het leven is een' krijgsbanier,
door goede en kwade dagen,
gescheurd, gevlekt, ontvallen schier,
kloekmoedig voorwaards dragen.
[Een stille dag is om mij heen]
Een stille dag is om mij heen
en in mij is het leven flauw,
ik voel de angst des wezens nauw
en ben in mijne vrede alleen.
Voor de verre Prinses
Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tusschenbeide.
Soms staan wij beiden 's nachts aan 't raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.
Immortelle XXV
Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turksche trom,
Dan moet ik zoo bitter weenen;
En - ik weet zelf niet waarom.
Valavond
Nu is van Californisch goud de tijd;
de sterrevende zon vergaart
haar krachten voor een laatste vaart,
de laatste van die dag, ter aardewaart.
[De boomen waren stil]
De boomen waren stil,
de lucht was grijs,
de heuvelen zonder wil
lagen op vreemde wijs.
Eenvoud
Ik voel m'n ziel verwant met kleine simple dingen,
Die op ons wegen staan als bloemen van het veld...,
Verdoken in het gras, door weinigen geteld...,
Al dragen z'in hun kelk de zoetste zegeningen.