Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turksche trom,
Dan moet ik zoo bitter weenen;
En - ik weet zelf niet waarom.
Vraagt een der werkende leden:
‘Hoe kan een Turksche trom
Of een waldhoorn u zoo roeren?’ -
Dan weet ik zelf niet waarom.
Is 't wijl in beter dagen
Een vriend de Turksche trom
Niet onverdienstlijk bespeelde?
Ach, ik weet zelf niet waarom.