De spoorbaan ligt mijlen verder daarbuiten.
De kamer is vol vrolijk gepraat.
En toch hoor ik die ene trein die er slechts staat
minstens tien keer per dag fluiten.
Onderweg zijn, vreemde plaatsen en het zoeken naar een thuis.
De sneltrein
Voort vliegt de sneltrein, vlakke velden door.
Op stijgt de stoompluim, grauw in 't grauw der lucht,
Zweeft nêer en blijft een lange pooze, laag,
In vlokken hangen, - zilvrig duivendons.
Het boegbeeld: de ziel
Dit is mijn lot: gebeeldhouwd voor den boeg,
Den scheepsromp achter mij te moeten volgen;
Mijn zegetocht over knielende golven
Aan 't schip te moeten danken dat mij droeg.
Zeeroep
Ik ging gelooven dat ik nu zou rusten,
Den winter in 't ommuurde stadje blijven,
Een huis bewonen, klare zinnen schrijven
En voor het eerst wat langer voortgekuste
Zwervenszat
't Meest in nachten als de maan haar stralen
Koud en lusteloos door 't ruim laat dalen,
Ben ik radeloos en denk: ik zal maar ergens
Zwak en zwervens-
De wielrijder
Langs alle wegen
Gaan we op ons rad.
De dwaze drentelt,
De wijze wentelt,
La voyageuse
In Singapore is zij aan boord gekomen
Vlak voor 't vertrek, met dertig stuks bagage;
Den eersten nacht doorspookte ze al de droomen
Van een matroos, gemonsterd onder gage.
O engeitado
Ik voel mij van binnen bederven,
Nu weet ik waaraan ik zal sterven:
Aan de oevers van den Taag.
Aan de gele, afhellende oevers,
Bruiloftslied
Mijn gade, het is goed, wij zullen toeven
In een klein stadshuis, ik zal niet vertrekken,
Al bleven mij veel eilanden te ontdekken
Die zich om mijn afwezigheid bedroeven.
Awater
Wees hier aanwezig, allereerste geest,
die over wateren van aanvang zweeft.
Uw goede oog moet zich dit werk toe keren,
het is gelijk de wereld woest en leeg.
Soerabaja
Onder de bruggen van Soerabaja
slingert zich donker en diep de rivier,
en door zijn straten, en door zijn stegen
wringt de verdichting zich van het vertier.
Onrust
Die te Amsterdam vaak zei ‘Jeruzalem’
En naar Jeruzalem gedreven kwam,
Hij zegt met een mijmrende stem:
‘Amsterdam, Amsterdam’.
Modern toerisme
De reizen van heer Jurriaan
zijn opgerold en nooit verstaan,
wij moeten nieuwe vrezen leren.
Wie staat van de ene op de andere voet,
De paladijnen
Wij hebben de ganse dag stof geslikt
en zijn met hoofdpijn naar bed gegaan.
Wij hebben cichorei gedronken
met beurtelings muscus en jodoform,
Reisverhaal
Clary, daar waren eens twee erg-jonge mannen:
de een was eerder klein, de ander eerder groot;
de ander sprak dikwijls over de dood,
de een bleef onbewust wat eeuwigheid verlangen.