Opgevoed in zwijgzaamheid.
Het is sindsdien mijn vak: woorden zoeken
die zwijgen. Die je niet hebt,
maar alleen kunt krijgen.
Genegenheid, samenzijn en de verbinding tussen geliefden.
Onze slaapkamergordijnen worden opzij gehouden door
Onze slaapkamergordijnen worden opzij gehouden door
kwispels, zoals je een chique vrouw even apart neemt
met een hand om haar heup. (Ik zeg iets in haar oor.)
Zo hangt links een door mij naar links even apart genomen
Februari
De berken staan grauwwit
als dunne aspergeachtige damesbenen
voor het eerst zonder nylons.
Het kreupelhout schuurt knisperig
Voor mekaar
Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast
Vijfjarenplan
Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte
Pointillisme
Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i's zet.
Braille
Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken
‘Het houdt op met zachtjes regenen’ weet staan,
zo hoef ik jou niet meer te zoeken,
alleen te vinden.
33-27
Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw luchthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong
Huurcontract
Misschien rust op dit huwelijk geen levenslange zegen,
maar wel het soort zekerheid
van een te hernieuwen huurcontract
drie-zes-negen.
Kritiek
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’ uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
En zij omhelsde hem
En zij omhelsde hem met al haar
zonden en monden. En zij omhelsde hem
met al haar nachten. Met al haar
opnieuws. Met heel haar altijd.
Italiaansche reis VIII
'k Zat bij Sint Markus in 't café en schreef.
Toen kwam een vrouw en bood me een anjelier.
Ik schudde 't hoofd en wenkte: neen, niet hier.
Woorden zijn bloemen, dacht ik, en te geef.
‘Paradise regained’
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
[Gij zijt een stille witte blinkesneeuw]
Gij zijt een stille witte blinkesneeuw,
gij zijt een blinke zeeë tintelzee.
De bruid
Ik dacht dat ik geboren was voor verdriet
en nu ben ik opeens een lied
aan 't worden, fluisterend door het ijle morgenriet.
nu smelt ik weg en voel mij openstroomen
[De lucht was als een perzik]
De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.
[Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn]
Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn,
zijn luimen naar een verre' of naêren lach te meten,
en, te elken avond weêr het kommer-brood gegeten,
weêr blij te mogen rijze' in iedren morgen-schijn,
Bij de lamp
Bij de lamp blijf ik alleen.
Waar uw kus en lach verdween,
Sluit de stilte rond mij heen
Tot den effen glans waarin,
XXXV. De roos
Een zaadje - een loovertwijg - gij zijt verrezen,
O, volle, reine roze, op slanken stengel, -
En 'k heb u lief, en bij uw zoet gebengel
Op de' uchtendwind, tril ik van huivrend vreezen:
Het meisje
Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,
De klokken luiden dat de dag begint.
De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
Ruischend omhoog de hooge boomen steken.
Het bruidje
Zusters, wanneer uw kleine zuster trouwt,
Windt om haar kruin een krans van marjolijn,
Zorgt dat de oranjebloesem huiv'rend zijn
Tranen van vreugde langs haar schouders dauwt.
[Ween aan mijn borst den schat der tranen]
Ween aan mijn borst den schat der tranen
die rijk me maken van uw leed,
ik die van wankelende wanen
als gij het talmend smeeken weet;
Het tuinfeest
De Juni-avond opent een hoog licht
Boven den vijver, maar rond om de helle
Lamp-lichte tafel in het grasveld zwellen
De boomen langzaam hun groen donker dicht.
[Zie je ik hou van je]
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht -
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
Opgang III
De zachte krachten zullen zeker winnen
in 't eind - dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo 't zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.
Dien avond en die rooze
'k Heb menig menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
Het daghet in den Oosten
‘Het daghet inden Oosten,
het lichtet overal;
hoe luttel weet mijn liefken,
och waer ick henen sal!
In het album van mr. S. Ipz. Wiselius
Zie hier mijn schrift, mijn beeld. Gij vraagt ze: ik geef u beiden;
Neem, neem mijn hart er bij: ik voeg die allen zaam,
En geef ik ooit u 't regt om hen van een te scheiden,
Verscheur mijn beeld, vergeet mijn naam.
Het waren twee koningskinderen
Het waren twee koninghs kindren,
sy hadden malkander soo lief;
sy konden by malkander niet komen,
het water was veel te diep.
Meer dan wijsheid
Naar wijsheid zocht ik rusteloos
En in mijns denkens rijke zalen
Weerblonk ze uit fonkelende schalen,
Zwaar van juwelen, vast of broos.
Uchtend-liefde
Zilver zijn de wegen,
Zilver zijn de weiden,
Zilver van den peerlen-dauw,
Dien defeëen schreiden.
II. Lentekus.
Zijn niet de rozen rood van liefdelust?
En trillen niet, gebaad in maneglansen,
de hooge popels, die het meer omkransen,
wanneer de wind hun smachtend loover kust?
['k Maak in gedachten vaak een bedevaart]
'K maak in gedachten vaak een bedevaart:
Dan sta 'k weer op de plek, die zomerdag,
Waar ik door de eikenlaan je komen zag;
Als reliquie heb ik dat beeld bewaard:
Sonnet voor Cynara II
Gekomen en gegaan en als de liefste keeren,
wie haar ontloopen wil doet zulks tot eigen schâ
en jaar en dag ontliep ik haar uit en ter na;
God weet waarom ik haar en mij zoo moest bezeeren.
Ik sta nu eenmaal voorbij de grens
Ik sta nu eenmaal voorbij de grens
aan dewelke ieder normaal mens
moet stilstand houden.
Een vriend heeft me onlangs verweten,
III Aan Mathilde
Wanneer de moeder van het licht weêr licht,
En voor heur goud den zwarten mist doet wijken,
Dan laat ze 'er stralen langs de bloemen strijken,
En dankbaar doet elk bloemeke zijn plicht.
Sonnet voor Cynara III
Steden der wereld, menigten, al wat ik zag:
lentlijk Parijs, een avond langs de Seine-boorden
of het droefgeestig roepen dat ik dikwijls hoorde
langs d'Amsterdamsche grachten op een regendag -
['k Weet nog, hoe 'k vaak tegen mijn liefde zei]
'K weet nog, hoe 'k vaak tegen mijn liefde zei:
Toe, kindje, wees eens stil! Je bent zoo druk:
Jouw zonn'ge woorden vlind'ren 't spinsel stuk,
Dat Yâjnawalkya's mijm'ren om me lei.
[Het wordt stil in den tuin, als mijn guitaar]
Het wordt stil in den tuin, als mijn guitaar
De melodie lacht van haar zoeten naam,
En zingend heft zich mijn extase, waar
Zij zich tusschen de bloemen neigt voor 't raam.
[Gij zijt de goede vrouw ten drempel mijner dood]
Gij zijt de goede vrouw ten drempel mijner dood, -
gij die me uw oogen als een zomer-nacht ontsloot
vol wondre lichten en vol rust'ge duisterheden;
gij die me uw leden als de rijkste herfsten bracht,
Over de vreugde van mijn eigenlijk wezen, om hare verwantschap aan gelijken en grooteren.
Liefste van dingen zijn de binnen-eigen
die zoolang 't bevriendelooze leden
dat zij de monden pijnlijk toededen
verrukt te voele' opleve' in nieuw niet zwijgen.
Eenvoud
Ik voel m'n ziel verwant met kleine simple dingen,
Die op ons wegen staan als bloemen van het veld...,
Verdoken in het gras, door weinigen geteld...,
Al dragen z'in hun kelk de zoetste zegeningen.
VI Gebenedijde stonde
O, lieflijkste van alle lieve vrouwen!
Gij, hoog-begaafd met schoon en kunstvermogen!
'k Zie, jonge bloem, de blaadjes u ontvouwen,
Nog onlangs tot een slanken knop gebogen!
Over het verhevene van het onafgebroken liefdevolle.
't Hoogleven der momenten geeft het niet,
en niet heug'nis van wijdsche aardlichtingen,
maar de onverschillige verrichtingen
en liefheden van het vrouwe-gebied
VII Liefde
Het vurig hart des jonglings, haast nog kind,
Gevoelt een rijke en ongekende weelde,
Wanneer hij zachtheid, liefde, schoonheid vindt,
Zooals die nooit het jong gemoed nog streelde.
IX Besluit
En honderdmaal verklaarde ik mij, doch neen,
Zij hoorde 't honderd malen niet, want oogen
Verstaan de taal, die zwijgend spreekt, alleen...
En ach! haar oogenlach bekroont mijn pogen!
Over de vreugd om het eerstgevondene gelijke.
Alle stemmen kwamen altijd van ver
en hadden als een groet in vreemde talen
't liefloos luiden en 't vragen veel herhalen
te groeien van voorbijgaand, blijvender.
[O gij, die mij, toen alles mij verliet]
O gij, die mij, toen alles mij verliet,
En ééne somberheid dees ziel omving,
Die langzaam stervende in haar laatst verdriet,
Tè zwak was voor de laatste worsteling, -
X Bekentenis
De bron van warmte en licht was zacht gezonken
Op 't ver gebergte, en tintte d'avondstond,
In iedre vezel waarde weelde rond,
Die met den koelen dauw werd ingedronken;
Over de vreugd om de openbaring van het verborgene.
En toen begon een stem zacht uit te schijnen
dat was als oop' ning van verborgenheden
en als op waters bloemen glijden, gleden
de hartedingen mede zonder schrijnen
Ik wilde ik kon u iets geven
Ik wilde ik kon u iets geven
tot troost diep in uw leven,
maar ik heb woorden alleen,
namen, en dingen geen.
Echtpaar in de trein
Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtige vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.
Je bent
Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder
Jaap
Toen ik even
Van de verzen, die ik las,
De ogen peinzend hield geheven
Tot de vreugd, die buiten was…
Bussen
Een bus gaat heen
de andere komt terug,
in de ene zit Suzan
in de andere zit Jan.
Tegen het krakend hek
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
Jij
Omdat jij wist dat ik het was
En niet je laatste minnaar
De knapste van de klas
Omdat je blozend voor me stond
Je wandelde met jezelf en met mij …
Je wandelde met jezelf en met mij
langs de zee, toen je plots
je huid wilde zijn en in zee
zwemmen en geheimen toevoegen aan