Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Paul van Ostaijen

Herfst

H

Zij die vóór mij kwamen en dichters waren,
zij hebben hun droefenis, in de Herfst, uitgesproken
en eenheid gevoeld tussen hun gebroken
leven, met het vaarwel aan de drommen hunner dromen,

Koffiehuis

K

Razend gedwarrel van stemmen, tot één geraas vergroeid.
Hoge klarinetklanken. Saxophoon-geluiden en wat rest
daar tussen: Geweldig koperen orkest.

De buffetjuffrouw dromend. Heimwee of verlangen?

Vreugde

V

Onder de gloedende zoen van mijn levenscheppende vreugde ligt de stad;
vreugde in mij, niet om welke oorzaak ook, maar om zichzelf:
zo is elke grote liefde. Mijn vreugde is een absolute liefde.
Dat weet ik: ik ben een schepper die een warme golf over de stad laat varen.

Francis jammes

F

Zo goed zijt gij als Jozef, gelukkig om het voedstervaderschap;
toen schiepen de eenvoudigste liederen stemmen hen te zingen.

D'Assisen ging tot de vogelen, d'eenvoudigste wijze van geloof.
Dauw van de helderste morgen was hun beider kinderlijke woord.