Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast
Schooltijd, eerste verliefdheid en het verstrijken van de jaren.
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.
Parabel van de verloren vader
Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.
An (1)
Ik herinner me vooral mij. Hoe ik ineens één
vrouw had, in plaats van nu eens deze dan die.
En hoe we nu moesten, in plaats van ooit eens zouden,
van elkaar houden.
33-27
Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw luchthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong
De Schreeuw
Bejaardentehuizen zijn een soort wachtzalen,
denkt hij, met een goddevader die om de haverklap
‘de volgende’ roept.
Hij is weer eens langs geweest, heeft haar
Denkend aan vroegere gedichten
Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerend lasso’s van woorden
Voor-zang
Het huis mijns vaders, waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust-gewelfde blaêren.
- Ik was een kind, en mat het leven aan den lach
[’k Zat, jong, graag in mijn pereboom te deinen]
'K zat, jong, graag in mijn pereboom te deinen:
In de afgeknotte top had ik een plank
Getimmerd, en gevlochten, rank door rank,
Klimop tot rugleun en veil'ge gordijnen.
De jongen
Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn -
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.
Marc groet 's morgens de Dingen
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
Sonnet [Gij zaagt hem]
Gij zaagt hem met zijn vrienden zich vermaken,
hoe bruine Tadzio op ranke benen snel,
zich repte in 't opwindend tennisspel
opdat de racket toch terecht mocht raken.
Het kind dat wij waren
Wij leven 't heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.
De grijsaard en de jongeling
Grootsch en meesleepend wil ik leven!
hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!
‘ga dan niet ver van huis,
en weer vooral ook het gespuis van vrouwen
De pruimeboom
Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Van zeven kikkertjes
Daar zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot,
De sloot was toegevroren,
Ze lagen hallef dood,
Sint-Nicolaas
Zie, de maan schijnt door de boomen,
Makkers! staakt uw wild geraas;
't Heerlijk avendje is gekomen,
't Avendje van Sint-Niclaas!
Een jongen krijgt een meisjesbrief
Een jongen krijgt een meisjesbrief.
Ik wist al wat voor brief het was
voordat ik maar een woordje las
van wat er stond:
Jaap
Toen ik even
Van de verzen, die ik las,
De ogen peinzend hield geheven
Tot de vreugd, die buiten was…
Een meisje spreekt
Toen ik voor het eerst die dingen hoorde
was ik dertien of veertien jaar,
zag op weg naar school de mensen op straat
en dacht: die zijn naar bed geweest
Middelbaar onderwijs
het mooiste meisje van de klas
verschrikt onwennig bij haar schouder
een bandje van haar bustehouder;
ze draagt dat rare ding maar pas.
Bussen
Een bus gaat heen
de andere komt terug,
in de ene zit Suzan
in de andere zit Jan.
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig …
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.
Ze haalt haar wijsheid uit een land
waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;
‘s zomers zilt zij op haar houten ledikant.
Marie-jeanne
weer in 2A te zitten was wel fijn
als ik rechts achterom keek naar dat liefje.
maar zij keek steeds terug zo van wat blief je,
of helemaal niet, wel een harde lijn.
Zestien
Laat mij aan u ontstaan,
wezen van zestien jaar.
Ik heb nog niet geleefd
dan enkel maar om dood te gaan,