Opgevoed in zwijgzaamheid.
Het is sindsdien mijn vak: woorden zoeken
die zwijgen. Die je niet hebt,
maar alleen kunt krijgen.
Ligstoel
Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar
Onze slaapkamergordijnen worden opzij gehouden door
Onze slaapkamergordijnen worden opzij gehouden door
kwispels, zoals je een chique vrouw even apart neemt
met een hand om haar heup. (Ik zeg iets in haar oor.)
Zo hangt links een door mij naar links even apart genomen
November
Er hangen nog twee blaren
aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn
rood geworden, alvorens dood.
Vergeten te kijken.
O, ik weet het niet
o, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien
Sprookje
Er was eens een man
die altijd rechtvaardig was.
Je truitjes en je witte en rode
Je truitjes en je witte en rode
sjaals en je kousen en je slipjes
(met liefde gemaakt, zei de reclame)
en je brassières (er steekt poëzie in
Een dag om je prettig te voelen, om
Een dag om je prettig te voelen, om
de 1000 meter te lopen, Hemingway
te lezen en van je te houden
De zon is een gulle welgedane man,
Met handen kun je alles: een sigaret
Met handen kun je alles: een sigaret
opsteken, haren strelen,
een borst aanraken, een borst niet aanraken -
dit allemaal opschrijven.
Februari
De berken staan grauwwit
als dunne aspergeachtige damesbenen
voor het eerst zonder nylons.
Het kreupelhout schuurt knisperig
Nog een geluk dat
Nog een geluk dat
Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
Voor mekaar
Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast
Vijfjarenplan
Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte
Wraak
Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.
Sneeuwstorm
In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van
'bijna'. Het is al 'ver' winter.
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven
op een wit blad zonder letters geschreven,
Zoals dit eiland van de meeuwen
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.
‘Slaap maar,’ zeg ik
'Slaap maar,' zeg ik
tegen een dochter die allang slaapt
en daar wakker van wordt.
Het onweert. Misschien wil ik wel
Zonder begrip
Zonder begrip.
(Je kunt jezelf begrijpen,
je kunt een atoombom begrijpen.)
Zonder zin.
Vingerafdrukken op het venster
Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,
uit verdriet een soort ach. Wolken
Pointillisme
Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i's zet.
Parabel van de verloren vader
Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.
Zomeravond
Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.
An (2)
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
An (1)
Ik herinner me vooral mij. Hoe ik ineens één
vrouw had, in plaats van nu eens deze dan die.
En hoe we nu moesten, in plaats van ooit eens zouden,
van elkaar houden.
Mamaatje
‘Mamaatje, mamaatje,’ huilt oude vrouw.
Nog oudere vrouw ligt op het asfalt
in de vorm van twee schoenen, wat verder
bril, nog verder gebit, en daarachteraan,
Meisje op straat laat ballon los
Meisje op straat laat ballon los.
Geef ook mij maar van die wanhoop,
van die hemelhoge kleine. En wil jij
dan ook zo uit het gezicht verdwijnen?
Het liefste wat ik heb is elf geworden
Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.
Ze heeft alles om te zoenen
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
‘Ik hou van jou,’ zei ze
‘Ik hou van jou,’ zei je tussen twee monden vol wafel. Maar niet grappig; ook helemaal niet raar.
Een bal die je met alle ervaring van je drie jaar
vriendelijk naar mij toe rolde over tafel.
Ik bloosde haast als de eerste keer.
Glasscherven in de zon
Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)
Ik zie wat ik heb. Ik heb dat ik zie. (2)
‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.
En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.
Ik zie wat ik heb. Ik heb dat ik zie. (1)
Ze kan monter aan komen waggelen als een Limburgse
boerin van vier jaar. Ze kan koket streng kijken
als mijn 75-jarige moeder van vier.
En als die moeder gestorven is, probeert ze
Opnieuw
Een angorakat in de sneeuw: afgemeten,
om niet met elke stap zichzelf in al
dat witte te vergeten.
Sneeuw blijft het weten.
Met droefheid nemen wij kennis
Ze hadden een deken over hem gelegd,
ook over het hoofdje. Ik deed de deken
weg. Daar had hij altijd al
een hekel aan.
Verlanglijstje
Geef mij Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef mij na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
St. Ives, kerkhofje
Op dit kerkhof lijkt de dood zelfs op haar beurt gestorven,
de zerken op hun beurt begraven, onder gras
dat leeft en vrolijk overleeft
op grond van wat er destijds was.
Braille
Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken
‘Het houdt op met zachtjes regenen’ weet staan,
zo hoef ik jou niet meer te zoeken,
alleen te vinden.
Poëzie
Wakker door kinderen, meedogenloos blij
op mijn buik. Wijn die allemaal van mij?
Weer zo’n dag waar niets anders mee te doen
valt dan hem te beginnen,
Poëzie
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
Ons
‘Ik kom nog even bij jou liggen.’
‘Bij ons,’ zeg je.
Want sinds je zwangerschap ben je ook op je eentje
al een beetje onder elkaar.
33-27
Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw luchthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong
Huurcontract
Misschien rust op dit huwelijk geen levenslange zegen,
maar wel het soort zekerheid
van een te hernieuwen huurcontract
drie-zes-negen.
Ter ere van de goedertieren maan (6)
Pijn, zit er echt niets anders op
dan de dagen die me zijn gebleven
haard en bed, en helaas ook dezelfde kop
met je te delen? Jij maar vragen, ik maar geven?
Ter ere van de goedertieren maan (5)
Dood, ik zal sterven, maar da’s alles wat ik doe voor jou.
Ik zal niet bang zijn, veel plezier ga je er niet aan beleven.
Ik zal niet zuchten en niet huilen en niet beven.
Dood, ik zal sterven, maar da’s alles wat ik doe voor jou.
Ter ere van de goedertieren maan (4)
Als jouw verdwijnen maar betekenen zou
dat ik nu verder met mezelf kon leven
– ik sluit de deur, waar waren we gebleven, ik gooi wat blokken in het vuur tegen de kou,
een boek van Chaucer ligt nog op de bladzij open
Ter ere van de goedertieren maan (3)
Omdat ik vrouw ben en behoorlijk heb te lijden
van al de grillen en behoeften van mijn soort,
laat jouw nabijheid iemand in mij aan het woord
die zegt (wat ze niet meent) hoe goed ze met je vrijde.
Ter ere van de goedertieren maan (2)
Nee, liefde is niet blind. Ik zie ook met één oog
je lelijkheid en andermans verfijnde charme.
Ik ken zelfs alle sproeten op je armen
en hoe je ogen veel te ver uiteenstaan, en je wenkbrauwen te hoog
Kritiek
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’ uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
Ter ere van de goedertieren maan (1)
Je weet dat jou vergeten mij niet zwaar
zal vallen. Maak het beste dus van deze dag,
deze ene maand, dit ene halve jaar,
voordat ik sterf of wegga of je niet meer mag.
Wiskunde
Nee, zo stoer hoeft niet, tenslotte
moet ik het nu weer allemaal zelf doen. Ik trek mij af.
Het lijkt wel een hele bewerking, een
aftrekking inderdaad, ik trek mij af
Home sweet home
Nachtje liefdeloos weggeweest
zuinigjes vrijend, sperma
in zakdoeken.
Nachtjes eindeloos droehoef geweest,
Verjaardagsvers
Je zei nooit wat. Ik moest het altijd vragen.
Of je van mij hield. En je zoende.
Of het veilig was die eerste keer.
En je zoende weer.
Hotel Eden
En ‘s nachts gingen we naakt zwemmen, we zwommen
onze namen op het water, ik zwom An in twee
grote letters, jij zwom uitgebreid aan de naam
Herman, en met de gouden maan eroverheen
Flamingo’s
Flamingo’s op poten zo dun als de ff’s
van mejuffer, of als twee sigarette-
pijpjes waaraan ze zuinig de rook
van zichzelf opzuigen: met dit soort
De Schreeuw
Bejaardentehuizen zijn een soort wachtzalen,
denkt hij, met een goddevader die om de haverklap
‘de volgende’ roept.
Hij is weer eens langs geweest, heeft haar
Olifant
Hij is gemaakt van de grofste effecten,
draagt zijn broek als clown August,
de knieën slodderend, maakt danspasjes
als tante Bertha die een tango de grond
We reden hele dagen op Honda’s
We reden hele dagen op Honda’s, we kwamen snel
aanwaaien als geluk, en je hoefde maar
achterop te springen en geschaakt te willen worden.
En jij wilde altijd wel, o
Wat heb je vandaag gekocht, vroeg ik
Wat heb je vandaag gekocht, vroeg ik.
Een halsuitsnijding, zei je.
Trek ze eens aan, vroeg ik.
En je trok alles uit: dat is ze
Hoe hield ik platonisch van je gedachten
Hoe hield ik platonisch van je gedachten
en onnoemelijk veel van de rest.
Je borsten waren zachte
kolfjes naar mijn hand,
Het was een prachtidee van haar ouders
Het was een prachtidee van haar ouders,
Melinda te verwekken. Aanvankelijk wou
ze dan ook zichzelf gaan studeren.
Psychologie noemt men die wetenschap,
Middenin de vlakte van juli
Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
En zij omhelsde hem
En zij omhelsde hem met al haar
zonden en monden. En zij omhelsde hem
met al haar nachten. Met al haar
opnieuws. Met heel haar altijd.
Wat een gebrek aan pathetiek
Wat een gebrek aan pathetiek,
zoals hij zegt: ‘Hallo.
Dus je houdt niet meer van mij.’
En zij, een laatste sandwichhap weg-
Zoals je binnenkwam en dag zei
Zoals je binnenkwam en dag zei,
en uit je kleren en je woorden stapte
(het voorlaatste wat je voor me uit-
deed was het woord ‘lieveling’
Ik kom van ver
Ik kom van ver,
van waar jij mooi was tussen je haren
als een eiland tussen het riet.
En je mond viel traag, traag
Nevel is ‘t niet meer voorbijgaan
Nevel is ‘t niet meer voorbijgaan
van iets moois dat al volbracht is.
Nevel is gelukkig haast niet meer bestaan,
niet meer moeten
Brussel
Geen krot stort hier ooit in. Ze blijven staan
uit gewoonte, beweert een collega van me,
en als ze je niet bevallen, zijn er enkel
andere lelijke huizen om eraan te ontsnappen.
Denkend aan vroegere gedichten
Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerend lasso’s van woorden
Flamingo’s
Ze zijn er bijna niet
zoals heel slanke vrouwen
na heel licht verdriet.
Met hun poten als met een dun pincet
Ballerina
Gebaar voor gebaar reikt
ze haar lichaam over aan haar dromen
en telkens wordt ze meer
dan ze al was en telkens reikt ze weer.
Je wandelde met jezelf en met mij …
Je wandelde met jezelf en met mij
langs de zee, toen je plots
je huid wilde zijn en in zee
zwemmen en geheimen toevoegen aan
Als ze genadeloos traag …
Als ze genadeloos traag, geeuwend, héhé,
een peperduur slipje van niks op de vloer laat landen
(sex hoort net als luxe met mysterieuze x)
waarna ze haar voor zijn handen veel