Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.
Ze haalt haar wijsheid uit een land
waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;
‘s zomers zilt zij op haar houten ledikant.
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig …
Z
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.
Ze haalt haar wijsheid uit een land
waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;
‘s zomers zilt zij op haar houten ledikant.