Nu in de lanen gaat de Schemer om,
stil manend, heffend cijns van alle uren
zijn heer, den Nacht. En vorstlijk is zijn dwang
en koel zijn blik. Er vlammen, rood, in 't hout
Ironie
Uit de zwarte kolen
wenkte een vlammenhand
in heur blonde haren
de vlam van diamant.
Een vijver
De wind deed de golven klotsen en slaan,
zij hebben zijn wilde woorden verstaan.
Toen gaf hij het schuimende water een stem,
toen sprak het zijn woord en behoorde hem.
Een boschlaan
Een laan... In het lindeloover
daar sloop het Verleden, al grauw,
en weende als een vrouw. - Geloove er,
wie gelooven kan, al 't getoover
Bloemen
De zaden houden menigvuldig
broos leven in besloten graf.
Wie spreekt de bloeme vrij of schuldig,
wier ziel haar viel in dorheid af?
Sneeuw
De vlokken vallen, vallen,
- hoog, schimmen in grijze lucht -
en dalen, dalen allen
en lichten in lage vlucht.
Een verbena
Een bloem bloeit aan de wegen,
bleek in een zon van jaren her,
bleekrood; háár laaft de regen
die viel in een zomer, al ver.
Van 't veld
Van 't oogstveld knikken de korenroos,
de hoogrankende akkerwinde;
een droom van zonne, schaduwloos,
hangt boven de bloeiende linde.
Lenterijm
Nu streept er in stad, op de grachten,
groen tintje de boomenrei...
Wat is het: een droom, een gedachte
of een groet van de komende Mei?
Energie
'k Sloeg met lichte hand stuk de vaas van tranen
en in de graven verbrandde ik den dood;
ik ging aan het hoofd van de karavanen....
O, alle tranen