'k Sloeg met lichte hand stuk de vaas van tranen
en in de graven verbrandde ik den dood;
ik ging aan het hoofd van de karavanen....
O, alle tranen
ik zal ze wiegen
in mijn harte
tot blanke rust!
In de woestenij droegen sterke kemelen,
op een wenk van mij, der dagen brood
onder den vuurgloed van koperen hemelen.
O, zielen van licht,
ik zal ze dragen,
een vreemde sage,
in 't hemelrijk!