'k Sloeg met lichte hand stuk de vaas van tranen
en in de graven verbrandde ik den dood;
ik ging aan het hoofd van de karavanen....
O, alle tranen
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 26 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
X. Naar 't woud!
Ik wil in 't woud den zomerdag verdroomen.
Den landweg langs, waar vogels vreugde melden,
waar lichtgroen lommer neerzijgt van de boomen,
en blauwe vlinders vaak mijn stap verzelden.
['t Is Juni, en de vijver in 't plantsoen]
't Is Juni, en de vijver in 't plantsoen
Ademt over het gras zijn blauwe droomen.
De jonge twijgen huivren in de boomen,
Water en hemel zijn van weerschijn groen.
[O, lichte Visioenen mijner Jeugd!]
- O, lichte Visioenen mijner Jeugd!
Al, àl te dierbare herinneringen,
Toen 'k dorst met stamelenden mond te zingen
De groote droomen mijner zienersvreugd.
Virgo
Morgenmeren.
uw omgrenzing ordent.
bergen klimmen in het tinnen licht
en uw stille, virginale lippen
October
Getij van Westerstorm en stille wolkedagen,
Van zondoorvloeiden nevel, mistvergulden dauw, -
Alleen de blijdschap van een god kan lachend dragen
De zijden weelden van uw weemoeds kleurgen rouw.
[Nu slaapt ze in Brahman, veilig voor altijd]
Nu slaapt ze in Brahman, veilig voor altijd;
En 'k weet dat, blij, haar mijn terugkomst vindt,
Als eens de dood, Bronwaarts stormende wind,
Mijn ziel, een droppel God, voor goed bevrijdt
Koorts-deun
't Is triestig dat het regent in den herfst,
dat het moe regent in den herfst, daar buiten.
- En wat de bloemen wégen in den herfst;
- en de óude regen lekend langs de ruiten....
XI Smeekbede
Zooals de zon den dauwdrup, als de roze
De bij, en 't wijde wak der zee de beken
Duldt aan het warme hart, het bodemlooze,
Waarin zij, wat hen lijden deed, ontweken;
Over het zich verkondigen van de ziel in de oogen.
Samenkomen van oogen is gebroken
muziek, hun roeringen zijn wonderbare;
en verschuiving van wanden onzichtbare
die werend bouwden ziele' om zich. - 't Gesproken
Kroniek
De grootste leugenbaas van 't land
heeft niets meer in zijn kraam.
De kindren fluiten hand in hand
voor het beslagen raam.
Sonnet voor Cynara X
Ga niet van hier, want veilig zijt gij nergens.
Ik achterhaal u waar gij u bevindt;
de vogels mijner woorden, die de wind
mee hebben, treffen u altijd wel ergens.
Zomermorgen. Rondeel.
Aanstonds, toen ik wakker werd,
Scheen de zon mij in de ruiten
En de vogeltjes daarbuiten,
Van nabij en in de vert,
Meidag
De kerzelaar zijn trouwgewaad
heeft aangedaan:
vandage moet hij, meidag is 't,
ter bruiloft gaan.
Staren door het raam
Er is een leven in wat bewegen,
de takken beven een beetje tegen
elkaar. Een even beginnen schudt
elke boom: een bezinnen dit,
In mijn Leven
In mijn leven, steeds uiteengerukt
Door de vlagen waar 'k aan blootsta,
Daar 'k niet kan hechten aan liefde en geluk
Die mij zullen drijven tot ik doodga,
Immortelle XCVI
Als ik een bidder zie loopen,
Dan slaat mij 't hart zoo blij.
Dan denk ik hoe hij ook weldra
Uit bidden zal gaan voor mij.
Francis jammes
Zo goed zijt gij als Jozef, gelukkig om het voedstervaderschap;
toen schiepen de eenvoudigste liederen stemmen hen te zingen.
D'Assisen ging tot de vogelen, d'eenvoudigste wijze van geloof.
Dauw van de helderste morgen was hun beider kinderlijke woord.
Ik wilde ik kon u iets geven
Ik wilde ik kon u iets geven
tot troost diep in uw leven,
maar ik heb woorden alleen,
namen, en dingen geen.
De waterlelie
Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.
Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,