Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Zomermorgen. Rondeel.

Z

Aanstonds, toen ik wakker werd,
Scheen de zon mij in de ruiten
En de vogeltjes daarbuiten,
Van nabij en in de vert,

Sloegen, 't bekje opgesperd,
Aan het zingen en het fluiten,
- Aanstonds, toen ik wakker werd -
Dat de englen met hun luiten

Niet zoo vrij en onbenerd,
- Als de dooden 't oog ontsluiten -
Hunne vreugde kunnen uiten
In het hemelsche concert,
Als de vogeltjes daarbuiten
Aanstonds, toen ik wakker werd.