'K ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een'ge, dat ik kan:
'K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 8 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
[Vreemd, dat een zelfde huis bevat ons beiden]
VREEMD, dat een zelfde huis bevat ons beiden
en toch, wij durven ons niet af te scheiden,
wij durven niet alleen zijn, niet te spreken
dan lippen bevend, die niet open breken,
Zeeroep
Ik ging gelooven dat ik nu zou rusten,
Den winter in 't ommuurde stadje blijven,
Een huis bewonen, klare zinnen schrijven
En voor het eerst wat langer voortgekuste
XXII. Gescheiden
De kluis, getuige van ons noode scheiden,
Leeft in mijn peinzende herinnering,
Zij werd mij paradijs, omdat ze ons beiden
In de' eersten stond van liefde, 't laatst, omving.
[Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn]
Wat is het goed aan 't hart van zacht verliefd te zijn,
zijn luimen naar een verre' of naêren lach te meten,
en, te elken avond weêr het kommer-brood gegeten,
weêr blij te mogen rijze' in iedren morgen-schijn,
De wolken
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
Bij de lamp
Bij de lamp blijf ik alleen.
Waar uw kus en lach verdween,
Sluit de stilte rond mij heen
Tot den effen glans waarin,
Huldegedicht aan Singer
Slinger
Singer
naaimasjien
Hoort
Tempo
Bal
lala ai
lal
balalaika
De gekrenkte jongen
Meen niet, dat hij te schreien stond,
Toen hem het giftige antwoord stak.
Hij voelde, dat iets in hem brak,
Maar hield de glimlach om zijn mond.
LXI. [Ik ween om bloemen in den knop gebroken]
Ik ween om bloemen in den knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde, die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan,
Als onze ziel niet zong
Als onze ziél niet zong,
En vreugdedansen sprong,
Zouden dan wel de vógels zingen,
De bronnen uit de rotsen springen,
De Noordzee
De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op 't strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen.
De bierpiraat
Hij dreef op alle bieren en ging prat
dat drank hem nooit een beentje had gelicht,
en overdreef niet: meer dan ieder vat
kon hij bevatten - 't was zijn overwicht.
Weimar
Doodenhuis
hooge vensters droomen hun vergaan
luikenkruis
vleermuisschaduwen
Je hebt me alleen gelaten
je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je allang vergeven
want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
Winternacht
De volle maan beschijnt de donzen daken
En schittert schel op mijn bevrozen ruiten.
Ik hoor den wind door poort en schoorsteen fluiten,
De honden huilen en de meubels kraken.
[Ook ik ben omstreeks ’t midden mijner dagen]
‘Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
verdwaald geraakt in levens donker woud,
maar mij heeft geen aardsche wijsheid ontvouwd
den weg uit smart en twijfel, noch gedragen
[Regelmatig gingen regelen wateren]
Regelmatig gingen regelen wateren
de kust langs, in 't vloedend oneindige,
het water dat zich nooit te reinigen
behoeft - allen, de eerste en de lateren.
[’t Is eind augustus, zondag. - Blauwig waas]
'T is eind Augustus, Zondag. - Blauwig waas
Om verre dennen in laat middaguur;
Naar 't glooiend stoppelveld, vol sprietjes vuur,
Uit stofwolkjes van grindweg loopt een haas.