WAAR op de plecht, gekarteld uit het hout
het zwart verweerde, van de offerschaal
de wijn geplengd wordt en een purperregen
zijgt in de blauwte van het watervlak
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 9 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
Fuego
Zij ging alleen, rhythmisch en roofdierachtig,
Met lange passen nauwlijks rakend de aarde.
Klein leek de dansvloer en zij oppermachtig:
Een tijgerkat gevangen in een gaarde.
XXXV. De roos
Een zaadje - een loovertwijg - gij zijt verrezen,
O, volle, reine roze, op slanken stengel, -
En 'k heb u lief, en bij uw zoet gebengel
Op de' uchtendwind, tril ik van huivrend vreezen:
[Gij wast aan mij gelijk de winde]
Gij wast aan mij gelijk de winde
die wentelt om een koren-aar;
dra zal ik aan mijn wang bevinden
de zoete streeling van uw haar.
Het meisje
Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,
De klokken luiden dat de dag begint.
De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
Ruischend omhoog de hooge boomen steken.
Goede dood
Goede Dood wiens zuiver pijpen
Door 't verstilde leven boort,
Die tot glimlach van begrijpen
Alle jong en schoon bekoort,
Berceuse presque nègre
De sjimpansee doet niet mee
Waarom doet de sjimpansee niet mee
De sjimpansee
is
De zwemmer
Hij zag mijn stijgende bewondring wel
Toen, wiegelende, hij naar ’t water schreed,
En blank en onverhoeds daarin vergleed:
Wolkonderschept verblindend zonnespel.
Rozen, ik vind u droef
Rozen, ik vind u droef,
Rozen, mijn tranen breken
Uit oogen, die anders stroef
En onverbreeklijk keken.
De verwachte
De morgenwind door de open ramen,
De fonkelend gedekte disch,
De koele rust, die niet dan samen
Volkomen te genieten is,
De zegger van verzen
Luister : het zeggen van dit vers is zo
Dat het door middel van uw oor uw ziel
Moet aandoen met de vreugde en zekerheid:
„Dit is voor mij geschreven". Want ik weet
Twee filmsirenen
Fatale fletsheid die met klamme geuren
het witte zeil in iedre stand doorhangt,
maar super-kappers in je netten vangt,
te overvloedig om het te betreuren -
Penthesileia
De bronzen kling
omheuvelt ademend het schemerdal.
daarachter zingt de zee een zachten dood
wuivende zeilen,
[Elkaar weervinden is droever dan scheiden]
‘Elkaar weervinden is droever dan scheiden
wanneer daar tusschen-in liggen de jaren
dat twee ziele', elk voor zich, hebben bevaren
de groote wateren van eenzaam lijden.
[De arbeiders dringen zich aan den trog]
De arbeiders dringen zich aan den trog
der kennis, en eten ze, ach, zoo graag,
hoe talrijk zijn ze, en leeg is hun maag,
hoe slobbren ze allen aan het karig zog.
Violenbed
Het heele perk was vol: je zag geen zand.
De paarsen leken ernstige oude heertjes,
De bruinen glanzend-moll'ge, goed'ge beertjes,
De gelen pluimen van een goudfazant;
Uit de Rubaijat 10
De wereld gaat en gaat, als lang na dezen
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.
Virgo
Zij is aan Allahs engelen gelijk.
'k Verbaas mij soms dat zij op aarde leeft.
Zelfs als zij 't hevigst in mijn armen beeft,
Voel ik nog vaak haar boven mijn bereik.
LXX. Aan Mathilde
Aanbidt de mensch een afgod hem gelijk?
'k Aanbad. Gij hebt mij tot u opgeheven,
En 't arme hart werd duizend levens rijk:
Want, waar ik leven zag, schonk ik mijn leven;
[Ik ben met u alleen, o Venus, felle star]
Ik ben met u alleen, o Venus, felle star.
En, waar 'k vergeefs in mij uw stralend gloeien zoeke,
blijft leêg mijn marrend harte, en bar.
Mijn harde mond is strak aan beiden starren hoeke.