Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Violenbed

V

Het heele perk was vol: je zag geen zand.
De paarsen leken ernstige oude heertjes,
De bruinen glanzend-moll'ge, goed'ge beertjes,
De gelen pluimen van een goudfazant;

En massa's witten stonden om de rand,
Zoo wit als vlinders of als duiveveertjes,
Net roomsche kindertjes in Pinksterkleertjes,
Die om iets heiligs heen staan, hand in hand. -

Verwilderd is 't, deels plat, deels uitgeschoten,
Zoodat ik - 'k zie ze nog - die mooie grooten
In de verschrompelden nauw'lijks herken;

Maar even lang als toen sta ik te kijken:
Ze deden goed hun best; 't mag nu niet lijken,
Alsof 'k voor 't vroeger moois ondankbaar ben.