O dichters, ziet ge niet dat hier de bron
is van het drama, en het heldendicht,
en de lyriek, dat alle poëzie
uit de wel der toekomst te scheppen is?
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 11 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
Gemakk’lijk lig ik in mijn leuningstoel
Gemakk'lijk lig ik in mijn leuningstoel
naast 't rode pluche van zonnig tafelkleed;
Plancks quantenleer zou 'k lezen, maar 'k vergeet
van mijn hier-zijn 't hoogst wetenschapp'lijk doel:
Japansche danseres
Zij was zoo tenger dat het wijd gewaad
Haar eerder hulpeloos dan grooter maakte,
Zoo kinderlijk alsof het smal gelaat
Onder de zware wrong zoopas ontwaakte.
[Ten tragen heuvel-flank waar trouwe schaâuwen valen]
Ten tragen heuvel-flank waar trouwe schaâuwen valen
hangt, als een draal'ge schapen-kudde, een waarge smoor.
En 'k voel, bezonke' in mij, 't geslonken dage-dalen,
en schouw in milde zekerheid de misten door.
Het oude huis
De kamers waren donkerder geworden,
Maar geen ding van zijn eigen plaats gezet,
En aan den wand, tusschen de blauwe borden,
Hing in ovalen lijstje het portret.
Sonnet XXXVI
Ik ben Slaaps slaaf: hij is mijn eenig heer.
Want al mijn werken in 't schel daglicht is
Om dat éen gaaf goudstuk vermoeienis,
Dat, als ik nederzit aan avondveer,
Oppervlakkige Charleston
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
van het meisje houdt
van het meisje van Milwaukee houdt
- van de nacht vallen de sterren veel
De wielrijder
Langs alle wegen
Gaan we op ons rad.
De dwaze drentelt,
De wijze wentelt,
De zee
‘Wie schrijft, schrijv' in den geest van deze zee
of schrijve niet; hier ligt het maansteenrif
dat stand houdt als de vloed ons overvalt
en de cultuur gelijk Atlantis zinkt;
Voorbij
Het is voorbij. Bloesemdroomen verstoven;
korte papavervlam te niet gedaan,
niet één belofte in vervulling gegaan:
het ooft valt af, de aangevreten schoven
[O klaar, klinkklaar Holland van water en lucht]
O klaar, klinkklaar Holland van water en lucht,
O grijs België, zonnig Korenland,
Frankrijk, woest Spanje, lachend Italië,
O steunend Rusland, en 't verdeelde land
[Ik sprak enthousiast over ’t Parthenon]
Ik sprak enthousiast over ‘t Parthenon,
hoe ‘t op verende berg zweefde, als een blank
snaarinstrument, dat door zijn zuilen, rank,
de wereldlucht tot aan de horizon
In Nederland...
In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er steeds zijn lusten reven,
Ter wille van de goede buren,
Die gretig door elk gaatje gluren.
[Ween aan mijn borst den schat der tranen]
Ween aan mijn borst den schat der tranen
die rijk me maken van uw leed,
ik die van wankelende wanen
als gij het talmend smeeken weet;
Het souper
't Werd stil aan tafel. 't Was of wijn en brood
Werd neergeslagen uit den greep der handen.
De kaarsvlam hing lang-wapperend te branden
En 't raam sprong open door een donkren stoot.
[Een vijand blijkt op wien gij meest vertrouwt]
Een vijand blijkt op wien gij meest vertrouwt,
Als van nabij uw oordeel hem beschouwt.
Beter voorshands niet veel met vrienden wezen:
Alleen van ver zijn menschenwoorden goud.
Berceuse Nr. 2
Slaap als een reus
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
Tot de sluiters van grenzen
Omdat gij andre talen spreekt
En muren om uw staten bouwt
En op uw sterk geweld betrouwt,
Waan daarom niet
[De dag gaat open als een gouden roos]
De dag gaat open als een gouden roos;
ik sta aan 't raam en zend mijn adem uit,
het veld is stil, en nauwlijks één geluid
breekt naar het koepelblauw bij tusschenpoos.
Zo’n teer jong meisje!
Zo’n teer jong meisje! Ja, zo lief bedeesd,
zo kind! En dubbel grac’lijk, want ze is blond.
Ze houdt – zegt moeder – ook haar geest gezond,
omdat ze op haar raad goede boeken leest.