EN zooveel schande werd in liefdes naam
Met rein gelaat, gemeen gemoed bedreven,
Dat ik mij vaak genoeg voor liefde schaam
En walging mij belet om voort te leven.
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 12 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
[Ik ben u moe]
Ik ben u moe. Gij hebt mijn traagste hoop vermoeid.
Waarom in mijden mond het bittre woord verhelen?
Te laat is me uwe liefde en te aarzelend ontbloeid
'dat nog begeerte ontblake en schrave door mijn kele.
Con sordino
Zij zei tot mij: ‘Je bent een prins in bed’.
IJsbloemen waren op het raam gesproeid.
Ons lichaam, tot ontbinding toe vermoeid,
Was tusschen koele lakens in-gebed.
Alpejagerslied
Een heer die de straat afdaalt
een heer die de straat opklimt
twee heren die dalen en klimmen
dat is de ene heer daalt
La voyageuse
In Singapore is zij aan boord gekomen
Vlak voor 't vertrek, met dertig stuks bagage;
Den eersten nacht doorspookte ze al de droomen
Van een matroos, gemonsterd onder gage.
[Ik droom uw droom]
Ik droom uw droom; gij droomt mijn droom. Wij beiden
we zijn alleen door ruimte, alleen door tijd,
we zijn alleen door wrok of vrees gescheiden.
Maar 'k weet dat gij moet lijden, daar ik lijd.
Het tuinfeest
De Juni-avond opent een hoog licht
Boven den vijver, maar rond om de helle
Lamp-lichte tafel in het grasveld zwellen
De boomen langzaam hun groen donker dicht.
Zelfmoord des Zeemans
De zeeman
hij hoort de stem der Loreley
hij ziet op zijn horloge
en springt het water in
O engeitado
Ik voel mij van binnen bederven,
Nu weet ik waaraan ik zal sterven:
Aan de oevers van den Taag.
Aan de gele, afhellende oevers,
[De dag schuift vóor den Dag gelijk een lucht vol rozen]
De dag schuift vóor den Dag gelijk een lucht vol rozen.
- Neen, blind uw blikken niet, want gij zult blíjven zien
door 't ijl gordijn van 't uur dat glijdt de prille, brooze
vereeuwiging van wat gij nimmer kent, misschien.
Het steenen kindje
Buiten de herberg waar we bleven
In 't oude stadje aan den Rijn
Begon des nachts muziek te beven.
Wij zetten ons, achter 't gordijn,
Bruiloftslied
Mijn gade, het is goed, wij zullen toeven
In een klein stadshuis, ik zal niet vertrekken,
Al bleven mij veel eilanden te ontdekken
Die zich om mijn afwezigheid bedroeven.
Impasse
Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.
In memoriam mijzelf
Door vijanden omringd,
Door vrienden in den nood
Geschuwd als aas dat stinkt,
Houd ik mij lachend groot,
De moeder de vrouw
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
Aan mijn kind I, II, III
Wanneer je begeeren zult
De pijn van het bloed,
Wanneer je leeren zult
Wat het leven doet -
Het lied der dwaze bijen
Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.
Kleine prélude van Ravel
Langs de twee coniferen naar
Het smalle rozenboompje, was
Met kamerschermen een boudoir
Geïmproviseerd op het gras.
Heet van de naald
Ach hoe kan ik nu ook schrijven
zij is getrouwd met een ander
en heeft kinderen
zoals het moet
Loemoem lammoem laroem lakoem
loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas
boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas