Gij zaagt hem met zijn vrienden zich vermaken,
hoe bruine Tadzio op ranke benen snel,
zich repte in 't opwindend tennisspel
opdat de racket toch terecht mocht raken.
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 13 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
De kern van alle dingen
De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.
Ons nationaal drinklied
Wij drinken hier niet van verdriet,
Nog minder van plezier;
Toch drinken wij, zoals gij ziet:
Er is niet anders hier!
Holland
Graauw is uw hemel en stormig uw strand,
Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,
U schiep natuur met een stiefmoeders hand, -
Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!
[De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining]
De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
Het kind dat wij waren
Wij leven 't heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.
[Zie je ik hou van je]
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht -
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
De grijsaard en de jongeling
Grootsch en meesleepend wil ik leven!
hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!
‘ga dan niet ver van huis,
en weer vooral ook het gespuis van vrouwen
Wandspreuken voor de restauraties en drankwinkels der fancy fair van de vakantie-kolonies
Biedt men mij bier en water aan -
Ik laat het schuimend bierglas staan
En neem voor mijn...
Den wijn!
Rijmelarij
Zoo veel
Het filomeelgekweel
Verschilt van 't schorre meeuwgeschreeuw
En 't rauw gekras
Het rad van avontuur
't Noodlot draait zijn wentlend rad;
Rijdt en rolt den aardbol plat,
Bergen op en over holen;
't Rost en jaagt en zwiert en giert,
Liedeken [’s Nachts rusten meest de dieren]
'S nachts rusten meest de dieren,
Ook mensen goed en kwaad,
En mijn lief goedertieren
Is in een stille staat,
Scheeps-praat, ten overlijden van Prins Maurits
Mouring, die de vrije schepen
Van de Zeven-landse buurt
Veertig jaren, onbegrepen,
Onbekropen heeft gestuurd,
Uitvaert van mijn dochterken
De felle Doot, die nu geen wit magh zien,
Verschoont de grijze liên.
Zy zit om hoogh, en mickt met haren schicht
Op het onnozel wicht,
Nieuwjaars-lied
Uren, dagen, maanden, jaren
Vliegen als een schaduw heen;
Ach! wij vinden, waar wij staren,
Niets bestendigt hier beneên!
Een triomfantelijk lied van de Zilvervloot
Heb-je van de Zilveren Vloot wel gehoord,
De Zilveren Vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord
En appeltjes van Oranje!
Awater
Wees hier aanwezig, allereerste geest,
die over wateren van aanvang zweeft.
Uw goede oog moet zich dit werk toe keren,
het is gelijk de wereld woest en leeg.
Mijn moeder
Mijn moeder was een heilige vrouw -
O daar ligt blijdschap in dien rouw -
Mijn moeder was heilig, en rein, en zoet
Als de melk van haar borst... O mijn moeder was goed!
Schaduw
Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zoo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.
Opgang III
De zachte krachten zullen zeker winnen
in 't eind - dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo 't zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.