In de woestenij der tijden
Trekt de menschheid langzaam verder,
Als de karavane voorthijgt
Door de dorre zandwoestijnen.
557 gedichten om te ontdekken. Pagina 14 van 28. Alle dichters · Uit de bloemlezingen.
Soerabaja
Onder de bruggen van Soerabaja
slingert zich donker en diep de rivier,
en door zijn straten, en door zijn stegen
wringt de verdichting zich van het vertier.
Boerke Naas
Wie heeft er ooit het lied gehoord,
het lied van Boerke Naas?
't En ha', 't is waar, geen leeuwenhert,
maar toch, 't en was niet dwaas.
Een lyedeken [Ic was in mijn hoofkijn om cruyt gegaen]
Ic was in mijn hoofkijn om cruyt gegaen,
Ic en vanter niet dan dijstel ende doorn staen.
Den dystel en den doorn dye werp ic wt
Ic soude gheerne planten ander cruyt.
[Eens meien morgens vroege]
Eens meien morgens vroege
Was ic upgestaen;
In een scoen boemgardekin
Soudic spelen gaen:
[Ghequetst ben ic van binnen]
Ghequetst ben ic van binnen,
Duerwont mijn hert soe seer,
Van uwer ganscher minnen,
Ghequetst soe lanc soe meer.
Bij het lijkje van een kind
't Kruipend rupsje, moê gekropen,
Afgetobd in de enge cel,
Brak zijn kluisje fladdrend open,
Klapwiekte uit zijn dorre schel.
Het schrijverke
O krinklende winklende waterding,
met 't zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op 't waterke gaan!
Egidiuslied
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn,
Volkslied
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff' den zang als wij:
O 't ruischen van het ranke riet
O! 't ruischen van het ranke riet!
o wist ik toch uw droevig lied!
wanneer de wind voorbij u voert
en buigend uwe halmen roert,
Het lied van Heer Halewijn
Heer Halewijn sanc een liedekijn;
Al wie dat hoorde wou bi hem sijn.
En dat vernam eens conincs kint,
Die van haer ouders so werd bemint.
Mijne verzen
Zielloos staat gij, levenloos,
Zonder klem of zwier,
Zangen, uit mijn hart geweld!
Op het koud papier.
Dien avond en die rooze
'k Heb menig menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
Het daghet in den Oosten
‘Het daghet inden Oosten,
het lichtet overal;
hoe luttel weet mijn liefken,
och waer ick henen sal!
In het album van mr. S. Ipz. Wiselius
Zie hier mijn schrift, mijn beeld. Gij vraagt ze: ik geef u beiden;
Neem, neem mijn hart er bij: ik voeg die allen zaam,
En geef ik ooit u 't regt om hen van een te scheiden,
Verscheur mijn beeld, vergeet mijn naam.
Moederken
't En is van u
hiernederwaard,
geschilderd of
geschreven,
Het waren twee koningskinderen
Het waren twee koninghs kindren,
sy hadden malkander soo lief;
sy konden by malkander niet komen,
het water was veel te diep.
Raadgeving
Minnaars, wilt ge uit vrijen gaan,
Trekt de stoute schoenen aan,
Schudt de kindsche blooheid uit,
Maakt ze, die ontvlieden, buit;
Ego flos...
Ik ben een blomme
en bloeie vóór uw oogen,
geweldig zonnelicht,
dat, eeuwig onontaard,