Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Raadgeving

R

Minnaars, wilt ge uit vrijen gaan,
Trekt de stoute schoenen aan,
Schudt de kindsche blooheid uit,
Maakt ze, die ontvlieden, buit;
Neemt het kusje, voor gij 't vraagt:
Nimmer wint hij, die niet waagt.

't Vrouwenhart is koel en wreed
Voor ons zuchten en ons leed;
't Wordt niet week door vrees of hoop;
't Is voor tranen niet te koop;
Hem-alleen, die 't eischt en rooft,
Neemt het aan als heer en hoofd.

Overvallen we onverwacht
Dat oproerig schoon geslacht;
't Is manmoedig, zijn wij laf,
't Is bloohartig, zijn wij straf;
Geeft uw krachten, zijt ge wijs,
Aan haar zwakheid niet ten prijs.

Op, te wapen! op, ten strijd,
Minnaars, zoo gij mannen zijt!
Niet de lafheid - wel de moed
Steekt u lauwren op den hoed;
De overheerscher - niet de slaaf
Dwingt de vest tot overgaaf.