Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

[O dichters, ziet ge niet dat hier de bron]

O

O dichters, ziet ge niet dat hier de bron
is van het drama, en het heldendicht,
en de lyriek, dat alle poëzie
uit de wel der toekomst te scheppen is?
En schilders, ziet ge niet de helle kleuren
van de oogen die zich diep hebben gedoopt
in de toekomst, die 't heden hebben gezien
zoo diep, dat ze de toekomst zagen, en
die uit het werklijke den blik opslaan
vol van het klare diepe toekomstlicht?
Zoodat het in hun klare oogen droomt
als achter zonnemiddag donker bosch.
Ziet ge de wereld niet in menschenoogen,
als achtergrond, die veel meer, veel meer is
dan 't klare vóór, waardoor dit vóór eerst wordt
diep en schoon en mysterieus ernstig?
En muzikanten, hoort ge niet de hoop
en de liefde en de broederschap, dof
nog, maar toch. Hoort ge niet de Vrijheid met
haar kinderstem, zooals ze nog nooit klonk?