Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Gemakk’lijk lig ik in mijn leuningstoel

G

Gemakk'lijk lig ik in mijn leuningstoel
naast 't rode pluche van zonnig tafelkleed;
Plancks quantenleer zou 'k lezen, maar 'k vergeet
van mijn hier-zijn 't hoogst wetenschapp'lijk doel:

want 'k zie een tulpenveld, vol gekrioel
van lichte en donkre vlammen; eer ik 't weet,
silhouetteert mijn hand een haas, die eet
met mumm'lend mondje van het vlamgewoel;

en 't voorvlak van een doosje lucifers
lijkt net een rechthoek hyacintenblauw,

met vage zilverglanzen, alsof vers
waasde over 't veld de voorjaarsmorgendauw;

en 'k schrik, van wat ik plotseling denk, pervers:
tulpen zijn rood, filosofie is grauw.