Lichaam, wentelend al-leven
gedrochtlijk staan wij en massaal geheven
tegen den rottend-paarsen hemel van verlangen
hijgende nacht
mijn vale handen tasten even
het slierend kransen van uw blauwe haren,
die, gif en scheemring, vachten hemel waren
over al-ruimte, uw gelaat, ivoor ovaal,
waarin uw oogen, spitse spleten, hangen:
een groen signaal.