Thans is het uur dat schaaûwen neigen,
en de avond, als een teeder lied,
om huize' en zielen zacht komt zijgen,
en moede durend, stil vervliet
in de open schoot van 't schemer-zwijgen....
Thans is in al de zielen vreê,
en dank-gebed in al de huizen;
en zelfs wie wránge dagen leê
voelt in zijn wezen kalmte suizen
als een slaap-zware zomer-zee....
- o Pijn van hér-doorleefde pijnen....
Alleen voor óns is vrede niet,
o mijn vér kind, in 't trage deinen
van 't kallem-durend avond-lied
over de dankende avond-pleinen.