Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

XV. Avondzang

X

Het zuidewindje suist door zwarte twijgen,
En kust het slapend dons der zangers teeder, -
De zilvren boomen wiegen heen en weder,
En doen hun schaduw met hen mede nijgen, -

Een stille zwoelte komt uit de akkers stijgen,
Een koele stilte daalt op donzen veder, -
De zilvren nachtzon sprenkelt droomen neder,
En lacht van liefde in eeuwig-lachend zwijgen:

Mathilde sluimer! Zomernacht doet droomen,
En zomerdroomen zijn van manestralen,
En manestralen zijn als liefdestroomen:

De liefde doen zij uit den hemel dalen,
En dalen in de ziel, die zij vervromen:
Is liefde dwaling, kan men zoeter dwalen...?