De blaadjes waaiden
Langs alle wegen,
De blaadjes draaiden
In kringen rond -
Ik liep te drentelen
En kwam ze tegen,
Ik zag ze wentelen
Over den grond.
Het was Oktober,
Wanneer de blaren,
Rood als rood koper,
Of geel van kleur,
In dichte scharen
Neer komen strijken -
Ik liep te kijken
En snoof den geur.