‘Ik ook heb dit mijn vrouwehart, dit teere
breekbare ding, dat elke toon doet trillen,
gevoerd in 't strijdperk waar vijand'ge willen
in stalen pantser elkander braveeren.
Ik ook heb midden in rumoer'ge sfeeren
de koorts van heimwee door mij voelen rillen
naar het omslotene en veilig-stille
gebied waar ik toch niet kon wederkeeren.
Ik ook heb d' ingeboren schroom gedreven
terug, en schuwheid in mij zelf verwonnen,
die altijd opkwam, altijd onderdrukt.
Ik ook ben al in jeugd vol moed begonnen
mij bereid te maken voor 't nieuwe leven -
en ook mij is het nooit geheel gelukt’.