Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Het geredde kind

H

‘Gij kunt niet raden met wat liefde wonderbaar
De groote diepe zee ik minnen moet,
Sinds, vader, gij met eigen lijfsgevaar
Mij opbracht uit haar vloed.

En dagen lag ik, niet, zoo stil alsof ik sliep
Achter gordijngedonkerd raam
En hoorde niet of moeder riep
Mij bij mijn eigen naam? -

Hoe kan ik anders dan gelukkig zijn
Bij dit geluk dat uit uw oogen lacht
Zoo teêr dat nimmer zonder tranenschijn
Het wordt herdacht?

Maar o de zee en o de droom
Waar ik mij nog niet op bezinnen kon,
Maar waar ik weg uit kwam zoo traag, zoo loom,
Juist toen het mooist begon!’