Die nacht van zelfvernedering
van deemoed aan de doodensponde
in een gestage preveling:
‘vergeef mijn zonden.’
Van pogen, dat mijn leven, al
mijn zijn ik u uitgeven konde
en woorden mij niet kwamen dan
‘vergeef mijn zonden.’
Een simpel woord van leniging
het eenigst, wat ik heb gevonden,
waarin mijn ziel uitweenen ging
‘vergeef mijn zonden.’