Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Breughels Ikarus

B

Vielt ge, Ikarus? De landman snijdt de voor:
Hij heeft voor 't plassende geplons geen oor.

De visscher op de rotswand houdt zijn plaats,
Vol winzucht zorgend voor 't bewegend aas.

De vogel, naast hem op de tak, ziet uit
Naar mooglijk aandeel in de vinnige buit.

De wind waait gindsch fregat de zeilen bol,
Het volk heeft in het want de handen vol.

Alleen de meeuwen zwermend om u heen
Merken 't verdwijnen van uw witte been.

Eén ziet omhoog: de man die schapen dreef
Zag in de lucht iets vreemds en vraagt waar 't bleef.

Op heel de baai van Samos straalt de zon
Die Ikarus dacht naadren, maar niet kon.