Ik durf met mijn denken
Uw smart niet genaken,
Niet aan te raken
Uw droefenis;
Hetgeen mij zou troosten,
Licht zou het u krenken
Het teerste en brooste
Dat in u is.
Ik zie uw verklaarde,
Uw stilfijne trekken,
Die, wat zij bedekken
Aan wanhoop en strijd,
Verheerlijkt belijden
En dankbaar aanvaarden
Het gevensbereide,
Dat in ons schreit.