Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Souvenir apathique

S

Ik zie
je ponnie
een leugen fijn-wulpsch, maar zachter
en daarachter
de nacht met maanlicht er tegen
en donkere hellende stegen.
Wij
als twee schaamle schunn'ge vagebonden
aan 't dolen...
apachen waren verscholen,
een doode lantaarn als wachter.

Ik zie je mond,
verdord papaverrood,
je tanden, die
in honger groot
het brood aan stukken braken,
verbroklend op het laken
en 'k hoor je klagen
wijl 't verzwond eer nog de nacht wou naken.
Ik zie je handen
rustloos zoeken en verstranden
in 't doelloos uur der leege dagen,
of heel je tenger wezen
half opgerezen
gebogen naar de schemering
aan 't lezen,
waaraan gedachte geenszins hing;
de losse vellen, vogels lamgeslagen
vervlarden op de grond.

Je oogen
in wimperen kanten
hel als brillanten
en daarin
bewogen
het zinnen zwoel op giftig schoone loogen

En dan: Een pad in 't bosch
en jij, nerveus, je haren los,
met bleek, te bleek gelaat,
wil zingen 't eigen lied
maar kan het niet;
je stem is heen...
alleen een schor geluid schroeit door het
vroege uur.

Nu zie 'k de muur
met je portret
als danseresse bloot van voet
in bessenrood gewaad....
verloren staat.
De straat
die eerste nacht
je lach, brutaal gebaar
als van een slet,
het gloeiend vuur
der cigaret.
De boulevard
en 't donker doodsch plantsoen,
je blauwe heliotropen volle hoed
en in een groene gloed
't felijnen lijf dat zwichtte
en op jou mond
joù mond,
als droeve klacht die zacht verzwond.
Verlaine's lichte
poëzie:
‘Voici...’