Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Nachtgezicht

N

Vaak in den trein, bij 't dond'ren door den nacht
Langs diep-gelegen, ruig-begroeide slooten,
Komt vluchtig-fijne maneglans gevloten
Op donker water, dat dan even lacht.

De omruischte boomen slaken stille klacht
En rillen even door hun diepste loten,
Wanneer het monster komt voorbijgeschoten
Met windensnelheid en met stormenkracht.

Zoo komt een vluchtig-fijne droom in 't leven:
Kortstondige bekoring, huiverschoon,
Te midden van veel schennend kwaad en hoon.

En zoo doorvaart een vage rilling, even,
Het hart dat op de menschen zich verlaat,
Maar door hun ontrouw telkens eenzaam slaat.