Toen onze mop een mopje was
Was 't aardig om te zien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog buitendien.
"Je bent een recht bedorven dier!
Eerst at je, wat ik bood;
Nu wil je lekk're beetjes
En lust niet eens meer brood."
De mop zei hierop tot den knaap:
"Hoe dwaas praat gij daar toch!
Hadt gij mij niet bedorven,
'k Was een lief mopjen nog."