Ge hebt het uitgezocht, maar niet aanschouwd
Meer bij ons thuis. Het is te laat gekomen.
Reeds had de stilte u in zich opgenomen,
En aan het tijdelooze u toevertrouwd.
Doch in uw tuin, boven de bloesemboorden,
Is nu de knaap gezeten, die zich bukt,
En zich een doren uit de voetzool plukt:
Het beeld, dat u in Rome zoo bekoorde.
Het is zoo wonderschoon, dat wie het ziet
Erkent: volmaakter laat het zich niet denken.
Toch, wat van buiten zich onze aandacht biedt,
Haalt bij wat zij bezit van binnen niet.
Want iets veel schooners nog wist gij te schenken
In de herinnering, die gij ons liet.
Het tuinbeeld [I]
H