Een bloemlezing van gedichten uit de wereld

Dit vergeefsch verweer

D

Dit vergeefsch verweer:
mannen en vrouwen zijn moe,
pijn
heeft zich zwart op ooghoeken gezet;
hun mond is gekweld,
hard
van het blaffen naar de maan aan een kartonnen tooneel-hemeltje,
- het orkestje rilt uit in een smartelijken gongslag;
eenzaam, eenzaam dit leed
gewrongen
in de kwelling der stad:
het stort langs alle straten,
mannen en vrouwen ontvluchten hun kwelling.
Maar aan elkander dwingende oogen
en verminkte handen,
gewond van de kruisiging aan het asfalt der straten
hebben zij zichzelf gepeild.

In mannen en vrouwen
sterft
dit verminkte leven
aan het hard cement der stad:
treinvaart-verlossing,
maar wij martelen de rails tot vlagen gillende muziek,
- honger
over de ruimten der aarde
naar de wentelende einders.

O, de kellners hebben hen zeer gaaf bevonden:
hun zeer korrekte gezichten
en hun woorden:
lenig-zwiepende floretklingen,
- pirouette over de verdoemenis van San Francisco tot Berlijn:
de Obelisk op Place de la Concorde staat nog recht.
Maar op Notre Dame:
het standvastig sarkasme van den Penseur,
- hullen wij ons gekwelde lijf
in het verweer van een evening-dress!
‘Bij het zien der scharen besteeg Jezus den berg....’
Wij zijn onder hen:
zelfzuchtige bezitters van ons wankel leven:
wie zijn brood breekt met de armen van geest,
met de zachtmoedigen, de hongerigen en de vervolgden
ontwricht de statistiek.
Gij zijt een worm geworden:
maar wij waren hard en weerbarstig:
koning-schieten elk uur
en de luister van het vendel-zwaaien,
- onze schamelheid
vlucht
in een trikolore,
onze knieën dwingen wij stram,
marschmuziek
riep de menschen aan alle straathoeken.

Wie blijft staande voor U:
naakt zijn wij allen in den storm van Uw exorcisme.